A14

Het motorrijtuig A14 van ons museum is ontstaan uit de bak van motorrijtuig A13 en het onderstel van het originele motorrijtuig A14. 

Voor de in 1904 te openen lijn tussen Haarlem – Amsterdam, met doorkop-peling naar de lijn Zandvoort – Haarlem, liet de ESM (Electrische Spoorweg Maatschappij) 34 motorwagens bouwen bij de fabriek La Métallurgique te Nivelles in België. Het ontwerp voor deze wagens was geïnspireerd op de ‘Interurban’-wagens uit de Verenigde Staten, waarbij reizigers elk hun eigen raam hebben.

De hoge, smalle wagens in de donkergroene kleur en met hun waggelende wijze van rijden kregen in Amsterdam al snel de bijnaam “Kikker”. Om in Amsterdam bij de bovenleiding te komen, hadden de wagens een hoge, lange beugel. Om naar Zandvoort te kunnen rijden, kregen de motorwagens in 1905 ook een kortere beugel. In de Tempeliersstraat ging de ene beugel omlaag en de andere omhoog.

Toename van het aantal reizigers dwong de ESM in 1914 tot verbouwing van de Métallurgiques 1 – 34. Uiteindelijk werden 25 wagens verbouwd tot schakel-motorwagen waarbij 2 of 3 motorwagens, al of niet met een aanhangrijtuig, gekoppeld konden rijden met alleen op de voorste wagen een wagenvoerder. Bij de verbouwing werden beide beugels vervangen door een pantograaf, kregen de wagens een nieuwe schakelinstallatie en kopdeuren. De gehele serie 1 – 34 werd qua nummer daarbij door elkaar gegooid: motorwagen 18 kreeg het nummer 14. De motorwagens 30 – 34 werden verbouwd tot aanhangrijtuig.

De NZH vernummerde de  motorwagens in 1924 tot A1 – 29. Hiervan waren de A19, A21, A24 en A26 niet verbouwd.

De komst van nieuwe rijtuigen voor de lijn Zandvoort – Amsterdam betekende minder werk voor de Métallurgiques. Bij de elektrificatie van de lijnen in Waterland in 1932/1933 verhuisden de  motorwagens A19 en A21 – 29 naar Waterland. In 1943 volgden nog de motorwagens A14 en A16. Om tussen Purmerend – Amsterdam te kunnen rijden, werd de lichtkap verwijderd bij de wagens A14, A25 en A26.

In de vroege ochtend van 9 maart 1955, met dichte mist, reden ten zuiden van Monnickendam de wagens A14 en A21 frontaal op elkaar. Er vielen 2 doden en circa 40 gewonden. Van de oude A14 kon het onderstel nog gebruikt worden. Op dit onderstel werd de bak van de A13 geplaatst. De A13 was met het oorspronkelijke nummer 1 op 27 mei 1904 als eerste motorwagen aan de ESM geleverd. Omdat het onderstel het nummer bepaalde, kreeg de uit de A13 en 14 samengestelde motorwagen het nummer A14. De “nieuwe” A14 heeft tot en met 30 september 1956 in Waterland gereden, waarna de NZH deze A14 schonk aan het Spoorwegmuseum in Utrecht.

In 1997 verhuisde de A14 naar het NZH Vervoer Museum. Het buiten staan had de A14 ernstig aangetast. In 2007 werd gestart met de zeer ingrijpende restauratie, die inmiddels ver gevorderd is. Maar het duurt nog enkele jaren voordat alles afgerond is.

 

Technische data

Lengte     12.05 meter

Breedte     2.20 meter

Spoorbreedte     1.00 meter (smalspoor)

Ledig gewicht     16.5 ton

Vermogen     2 x 55 pk

Aantal zitplaatsen     32

Aantal staanplaatsen     30

Fabrikant     La Métallurgique, Nivelles, België